Een boom in het Annabos
Het is een feit dat mijn woorden en beelden uit dezelfde bron komen. Soms sluiten woord en beeld vrijwel naadloos op elkaar aan, zoals bijvoorbeeld het gedicht “Tweede Gezicht” en het schilderij “I’m gonna look twice at you, until...”. In dit geval was het schilderij er iets eerder. In het Annabos in Ulvenhout zag ik een boom die vanuit een bepaalde hoek deed denken aan een gekruisigde Christus. In die tijd luisterde ik naar een CD van de Waterboys, waarop een nummer stond met de titel “I’m gonna look twice at you until I see the Christ in you”. Het gedicht werd geboren.
Tweede gezicht
bloedbanen, aderblauw
zachtroze vlees
valse noten
worden gekraakt
de boom
in onzichtbare steigers
toont een menselijk gezicht
alom vrolijkheid
getormenteerde bast
de een na de ander
de een na de ander
de een
na de ander
© marije kos
Een fiere steen in Schotland
Een bewerkte steen in Schotland was de aanleiding voor het schilderij “Peace of the Stones”. Het gedicht “De Steen” uit de bundel “Aardetranen en andere Tekens”, was er al eerder, maar ze komen goed bij elkaar. Ik heb meer stenenschilderijenen, ook van rotscontouren aan de Schotse kust.
De Steen
tekenen uit een schaduwenrijk
vebleekte nerven, oude vormen
vormen uit een andere tijd
verdroogde bladeren markeren
er het spoor van de terugweg
een gekerfde steen staat er
getekend door wijsheid
ik zie de steen en
verzin zijn geschiedenis
ter plekke
© marije kos
Zwarte vogels
Zwarte vogels intrigeren me. Ze komen door de jaren heen regelmatig voor op mijn schilderijen. In meerdere culturen is de zwarte vogel een boodschapper. Hij wordt geassocieerd met nare berichten, met de dood. Als ik aanwezigheid van de talloze kauwtjes in mijn omgeving zo moet interpreteren, sterft zo’n beetje iedereen en... dat is natuurlijk ook zo, de dood staat immers iedere mens voor ogen. Alleen liever niet vandaag of morgen... Voorlopig zitten de kauwtjes iedere avond op een boomtak naar me te gluren en over me te roddelen, precies zoals op het schilderij “Messengers”. Het gedicht “De Boodschapper”staat in de bundel “Aardetranen en andere Tekens”.
De Boodschapper
zwarte vogel en ik
wij kennen elkaar
nog van vorig jaar
toen het donkerder was
zwarte vogel met een boodschap
een winterbericht
geen antwoord meer
opgerold in grijs
de buitenwereld buiten
© marije kos
De Groene Man
Tijdens een wandeling langs een bosrand viel mijn oog op een willekeurige verzameling takken en stammen die waren bedekt met een dikke laag mos. Samen leken ze op een man die letterlijk uit het bos kwam vallen. Meteen had ik de associatie met het begrip “Green Man” zoals dat voorkwam in verschillende oude culturen: De Groene Man als symbool voor de natuur, voor het steeds weer wisselen van de seizoenen. Deze groene man zag de teloorgang kennelijk niet meer zitten en vluchtte uit het bos: de geest van het bos ontvluchtte zijn huis. Zo ontstonden schilderij en gedicht.
Een Groene Man stierf
eerder danste hij nog
op de fratsen van de wind
op de maat van de regen
als laatste van zijn generatie
gestrekt groen lag hij
in mijn rechterooghoek
daar heb ik oog voor
voor rouwende bomen
verschoten mos en
treurend struikgewas
de ziel van het bos is weg
wolken spannen samen
en de wind huilt
regen laat zich gaan
geen moment om stil te staan
© marije kos
Andere inspiratiebronnen
In het kader van een expositie of andere gelegenheid maakte ik ook wel gedichten bij beeldend werk van collega-kunstenaars. Tijdens de expositie “Werk in Uitvoering” en in het kader van het thema “Stilte”, in de Bibliotheek in Breda maakte ik twee gedichten bij de werken “De Trom” en “De Monnik” van Wick Akkermans, beeldend kunstenaar uit Breda.
Zonder woorden
dikke muren werden neergehaald
praal en gedachten overmeesterd
stilte overstemt nu de gezangen
en de eeuwenlange nagalm van
rijkdom, macht en het hogere
pure eenvoud in oude mist
aan een roosvenster zonder uitzicht
aan krakende balken en grauwe steen
aan diep uitgesleten gangen
tot oude wachters werden ze
bewegingloos en zonder woorden
© marije kos
Verstilde trom
de drum drumt en passen swingen
de trom slaat met straffe maat
dreigende ritmes vol betekenis
dwingen tot luisteren
over afstand en tijd
omgeven door stilte
klinkt die trom
tot hij niet meer klinkt
een getemde tamtam
stierf geluidloos in de verte
ontveld op het slagveld...
of de fanfare ontvallen...
een hol vat stom geslagen
boodschapper zonder boodschap
gepolijst door de tijd
aan oerkracht ingeboet
© marije kos
De Naam van de Roos
Bij het keramisch beeld “De naam van de Roos” van beeldhouwer Henk van Rooij (Eindhoven) maakte ik het gedicht “Het Teken”. Het gedicht staat in de bundel “Aan de andere kant”.
Het Teken
ik ontdek geen kleur
in de naam van deze roos
is ze eigenlijk wel echt en
wie wil zijn naam verbinden
aan haar bitterzoete geur?
tussen de ruïnes van macht en geld
liggen de roos, de schedels en de as
als voortekenen en herinnering
als baken voor v e r l o r e n gedachten
staat op de kruising
een beeld
© marije kos
Andersom
Collega-kunstenaars werden soms geïnspireerd door door mijn gedichten of zinnen daaruit
Thea Kanters, beeldend kunstenaar uit Breda, liet zich inspireren door een zin uit mijn gedicht “Blikveld” uit de bundel “Aan de andere kant”. Ze maakte deze treurende keramische boom met takken als hangende stompjes. De bladeren zijn waarschijnlijk al weggespoeld met het tranenwater...” Bij het gedicht “Luchtspiegels “ maakte ze haar werk “Luchtspiegels”.
“... Bomen
Huilen
bladeren...”
De Droom
op donkere dagen als deze
stijgen er zwarte geuren op
twee bomen voeren een fluistergesprek
en ik mag het niet verstaan
de gouden deur onder de waterspiegel
staat uitnodigend op een kier
licht en kleur bereiken mij even
maar stuiten op mijn argwanenende blik
er is een wild stromende rivier
ze draait, ze kolkt, ze sleurt mee
en laat me tijdelijk drijven
maar tenslotte omhelst ze me
opeens voel ik de angst
om woord en beeld te verliezen
ik wil dat ze er nog zijn
as ik morgen wakker word
© marije kos
Luchtspiegels
ik ben er zo een
zo een die altijd
naar boven kijkt
stijve nek dus
struikelen en
SHIT!
aan de schoen
bij botsing
tand door de lip
boven is te zien
wat beneden niet
tenzij het zwaar
heeft geregend
en de grond bezaaid
met
luchtspiegels
© marije kos
In het kader van de expositie “Dichtbeelden” in Electron Breda lieten verschillende beeldend kunstenaars zich inspireren door mijn gedicht “De Droom” uit de hundel “Vluchtwegen” . Beeldend kunstenaar Miek Vlamings (Breda) l maakte een viltobject. Zie hieronder het detail, “.... “een wild stromende rivier...
Een slooppand
En dan zijn er nog al die andere zaken en momenten en uit het dagelijks leven die een inspiratiebron vormen voor een gedicht zoals het jaren zestig schoolgebouw in Breda waar ik een atelier had. Het zag er vrij naargeestig uit, met name het exterieur. Ik wist niet hoe snel ik naar binnen moest komen en daarna weer gauw naar huis, maar toch... er is heel wat ontstaan in mijn atelier daar. Het gebouw stond op de nominatie om gesloopt te worden en inmiddels is dat inderdaad gebeurd. Het gedicht “Op de rand van de tijd” staat in de bundel “Het geluid vervaagt”.

Op de rand van de tijd
‘t is een speciale plek, deze plek
met grijzen, okers, groenen en zwarten
een ontstaansplek, een ideeënrijk
geboorteplaats op de rand van de tijd
deze plek, spelonk van rafelig beton
woestenij in een stadswoestijn
pijnlijke scherven, urine, barricaden
autobanden, vuilnis, stadsnomaden
zelfs de zon die niet echt verblijdt
uitgedroogd en beschimmeld tegelijkertijd
blakert het hologig karkas
tot een berg toekomstige as
© marije kos