‘Sinds 1984 werk ik als beeldend kunstenaar. In 1988 studeerde ik af als kunsthistoricus en in de jaren negentig ging ook de poëzie een belangrijke rol spelen. Mijn gedichten vormen geen letterlijke verklaring voor het beeldend werk, noch is het beeldend werk gemaakt als illustratie bij bepaalde gedichten. Beiden zijn echter wel nauw met elkaar verbonden en vertolken ieder in hun eigen medium datgene dat mij raakt.
Belangrijke inspiratiebronnen zijn voor mij de natuurlijke fenomenen, de aardse krachten, in combinatie met de mystiek waarmee deze werden omgeven en het respect dat ervoor bestond, voordat de mensheid zijn huidige snelle leefomgeving ontwikkelde. Zowel schilderijen als gedichten zijn als fragmenten van een stille en wonderlijke kant van de